Naar de inhoud springen
Vakkennis

Waarom de netaansluiting bepaalt waar datacenters komen

Niet grond maar stroom is in Duitsland het knelpunt voor datacenters. Wat een netaansluiting vraagt en hoe een ontwikkelaar van de energiekant plant.

DatacentersNetaansluitingLocatieontwikkeling

Een datacenter heeft drie dingen nodig: grond, glasvezel en stroom. Grond is te vinden, glasvezel is te leggen. In Duitsland is stroom de factor die van een locatie een ja of een nee maakt. Wie vandaag een locatie beoordeelt, beoordeelt eerst de netaansluiting. De rest komt daarna.

Waarom is de netaansluiting het knelpunt en niet de grond?

Omdat een datacenter een belasting is waarvoor het net op de meeste plaatsen niet is gebouwd. Een campus vraagt de klok rond een vermogen dat anders alleen zware industrie afneemt, en hij vraagt het vanaf de eerste dag.

Het regionale distributienet is ontworpen voor bedrijven, woningen en middelgrote industrie. Het dichtstbijzijnde onderstation heeft een vaste transformatorcapaciteit, en een deel daarvan is al vergeven of gereserveerd. Nieuwe capaciteit ontstaat alleen als de netbeheerder bouwt: een nieuwe transformator, een nieuw onderstation, een nieuwe lijn. Dat volgt netontwikkelingsplannen, vergunningen en levertijden, niet de wens van één aanvrager. Wie in Nederland met netcongestie te maken heeft, herkent het beeld.

Grond gedraagt zich anders. Bedrijventerreinen, herontwikkelingslocaties en voormalige industrieterreinen zijn er in veel regio's. Een bestemmingsplan is op te stellen of aan te passen. Glasvezel volgt de vraag. Netcapaciteit doet dat niet, of pas jaren later. Daarom is het het criterium waarop een locatie als eerste afvalt of als eerste standhoudt.

Wat hoort bij een aanvraag voor een netaansluiting?

Een netbeheerder, een spanningsniveau, een aansluitpunt, een vermogen en een planning. Uit deze vijf gegevens volgt de netstudie, en uit de netstudie de aansluittoezegging.

Netbeheerder. Kleinere belastingen vallen onder de regionale netbeheerder, grote onder de transmissienetbeheerder. Wie bevoegd is, hangt af van het gevraagde vermogen en de netstructuur ter plaatse. Elk heeft eigen procedures, termijnen en formulieren.

Spanningsniveau. Kleine datacenters hangen aan middenspanning. Grote campussen hebben hoogspanning nodig, in Duitsland 110 kV, of extra hoogspanning met 220 en 380 kV. Met het spanningsniveau groeit het vermogen dat kan worden aangesloten, en de inspanning: een aansluiting op hoogspanning betekent in de regel een eigen onderstation op het terrein.

Aansluitpunt. De netbeheerder wijst het onderstation of de lijn aan waarop de belasting wordt aangesloten. De afstand tussen aansluitpunt en terrein bepaalt de kosten van de verbinding. Wie die draagt, regelt de aansluitovereenkomst; gebruikelijk is een bijdrage in de aansluitkosten die zich richt naar het bestelde vermogen.

Vermogen en planning. Een aanvraag noemt het aansluitvermogen en het moment waarop het nodig is. Reserveringen zonder concreet project worden door netbeheerders steeds kritischer bekeken. Wie capaciteit vasthoudt, moet aantonen dat hij die gebruikt.

Het juridische kader staat in het Energiewirtschaftsgesetz (EnWG), de Duitse energiewet. Volgens § 17 lid 1 EnWG moeten netbeheerders eindverbruikers en opslaginstallaties aansluiten tegen redelijke, niet-discriminerende en transparante voorwaarden. Weigeren mogen zij volgens § 17 lid 2 EnWG alleen als de aansluiting technisch of economisch niet mogelijk of niet redelijk is, schriftelijk gemotiveerd; bij een capaciteitstekort moet de motivering op verzoek aangeven welke uitbreidingsmaatregelen en kosten de aansluiting mogelijk zouden maken. § 17 lid 2b EnWG laat netbeheerders bovendien flexibele aansluitovereenkomsten aanbieden, waarin het maximale afnamevermogen statisch of dynamisch wordt begrensd. Voor datacenters is dat een instrument, geen obstakel: een begrensd vermogen op een vroeg moment is vaak meer waard dan het volle vermogen jaren later.

Waarom komen locaties buiten Frankfurt in beeld?

Omdat het net in het Rijn-Main-gebied op veel plaatsen vol zit en veel rekenlasten de nabijheid van het internetknooppunt niet nodig hebben.

Frankfurt am Main is het centrum van de Duitse datacentermarkt, met het internetknooppunt DE-CIX, dichte glasvezel en een ecosysteem van exploitanten en dienstverleners. Juist die dichtheid is het probleem: wie daar vandaag vermogen aanvraagt, concurreert met vele anderen om dezelfde onderstations.

Tegelijk is de vraag veranderd. Het trainen van AI-modellen, batchverwerking, back-up en veel clouddiensten reageren niet op een paar milliseconden latency. Voor hen telt waar stroom beschikbaar, hernieuwbaar en betaalbaar is. Daarmee worden regio's interessant die eerder niet in aanmerking kwamen: locaties nabij extra-hoogspanningslijnen en grote onderstations, voormalige centrale- en industrieterreinen met bestaande netinfrastructuur, regio's met veel wind- en zonnestroom waar het net afnemers nodig heeft.

Voor gemeenten buiten de metropolen is dat een nieuwe situatie. Een datacenter brengt bedrijfsbelasting, banen in bouw en exploitatie en een warmtebron voor het warmtenet. Wat dat concreet betekent, beschrijven wij op de pagina voor gemeenten.

Hoe gaat een ontwikkelaar te werk die van de energiekant komt?

Hij toetst het net vóór de grond en plant opslag, opwekking en aansluiting als één systeem.

Net eerst. Voordat een terrein wordt vastgelegd, gaat de vraag naar de netbeheerder: welk vermogen is op welk punt vanaf wanneer mogelijk. Het antwoord bepaalt of een locatie verder wordt uitgewerkt. Wie eerst de grond koopt en dan vraagt, koopt een risico.

Batterijopslag. Een batterij bij het datacenter vangt belastingpieken op en houdt de afname onder het overeengekomen vermogen. Zo draagt dezelfde aansluiting meer IT-belasting, en wordt een flexibele aansluitovereenkomst werkbaar. Hoe dat werkt, beschrijft ons artikel over batterijopslag bij datacenters.

Opwekking op locatie. Zonnepanelen op daken en vrije grond van de campus, plus stroominkoop via langlopende leveringscontracten. Dat verlaagt de afname uit het net en helpt bij een verplichting uit de Duitse Energie-efficiëntiewet: vanaf 1 januari 2027 moeten exploitanten hun stroomverbruik op balansbasis voor 100 procent dekken met stroom uit hernieuwbare bronnen (§ 11 lid 5 EnEfG).

Gefaseerde aansluiting. Een campus gaat niet op één dag aan het net. De eerste fase kan starten op een lager spanningsniveau of met begrensd vermogen, terwijl het onderstation voor de eindfase wordt gepland en gebouwd. Opslag en opwekking overbruggen de tussentijd.

Restwarmte meenemen. Waar een warmtenet ontstaat of wordt uitgebreid, heeft een datacenter een afnemer voor zijn warmte, en de gemeente een bron. Dat is een locatiecriterium, geen extra.

Bright & Green komt van de energiekant. Het bedrijf ontwikkelt, bouwt en exploiteert datacenters en batterijopslag en heeft zijn net- en energiekennis in bijna twintig jaar zonneparkbouw opgebouwd. Hoe wij energie en net voor een campus plannen, staat op de pagina energie en net. Terreinen nabij een onderstation of hoogspanningslijn beoordelen wij graag; informatie voor eigenaren vindt u onder grond.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt een netaansluiting voor een datacenter?

Dat hangt af van het aansluitpunt. Is er capaciteit vrij op het onderstation, dan gaat het om netstudie, contract en verbinding: maanden. Moet een nieuw onderstation of een nieuwe lijn worden gebouwd, dan komen planning, vergunning en levertijden erbij, en worden maanden jaren. Daarom hoort de aanvraag bij de netbeheerder aan het begin van elke locatiebeoordeling.

Kan een datacenter zonder netaansluiting draaien?

Niet voor lange tijd. Eigen opwekking en opslag verlagen de netafname en overbruggen uren, maar zij vervangen geen aansluiting die de klok rond belasting draagt. Een datacenter zonder net zou een energiecentrale met servers zijn: duurder, moeilijker te vergunnen en minder beschikbaar.

Wat is een aansluittoezegging?

De bindende verklaring van de netbeheerder dat hij een bepaald vermogen op een bepaald punt vanaf een bepaald moment aansluit. Zij volgt op de netstudie en wordt in de aansluitovereenkomst uitgewerkt. Zonder toezegging is een locatie een voornemen, geen basis voor investeringen.

Wie is het juiste aanspreekpunt voor de netaansluiting?

De beheerder van het net waarin de aansluiting ligt: voor kleinere vermogens de regionale netbeheerder, voor grote vermogens de transmissienetbeheerder van de regio. Vermogen en spanningsniveau bepalen wie bevoegd is. Een ervaren ontwikkelaar voert dit gesprek voordat hij over de grond praat.