Naar de inhoud springen
Vakkennis

Restwarmte uit datacenters en de Duitse Energie-efficiëntiewet

Wat de Duitse EnEfG van datacenters vraagt: restwarmte, PUE, groene stroom, register, getoetst aan de wettekst. En wat gemeenten eraan hebben.

RestwarmteEnergie-efficiëntiewetDatacentersGemeenten

De Duitse Energie-efficiëntiewet (Energieeffizienzgesetz, EnEfG) van 13 november 2023 bevat eigen regels voor datacenters. Zij gaan over de efficiëntie van de infrastructuur, het gebruik van restwarmte, de stroominkoop, het energiemanagement en de publicatie van bedrijfsgegevens. Alle cijfers in dit artikel komen uit de wettekst op gesetze-im-internet.de; bij elk cijfer staat het artikel.

Voor welke datacenters geldt de Energie-efficiëntiewet?

Voor alle datacenters met een niet-redundant nominaal aansluitvermogen vanaf 300 kilowatt (§ 3 nr. 24 EnEfG).

Onder de wet vallen structuren voor het onderbrengen, verbinden en bedrijven van IT- en netwerkapparatuur, inclusief de installaties voor stroomverdeling, koeling, veerkracht en beveiliging. Zuivere netwerkknooppunten die overwegend geen data verwerken, zijn uitgezonderd (§ 3 nr. 24 onder c). Exploitant is wie eigenaar is van het datacenter of van de colocatieruimte, of vergelijkbare gebruiksrechten heeft (§ 3 nr. 3). Wie in andermans datacenter IT vanaf 50 kilowatt bedrijft, heeft als exploitant van informatietechnologie eigen verplichtingen (§ 3 nr. 4).

Welke energie-efficiëntie eist de wet?

Nieuwe datacenters moeten een energieverbruikseffectiviteit van hoogstens 1,2 halen, bestaande 1,5 en later 1,3 (§ 11 lid 1 en 2 EnEfG).

De wettelijke term is Energieverbrauchseffektivität, internationaal de PUE: de verhouding tussen de jaarlijkse energiebehoefte van het hele datacenter en die van de IT, volgens DIN EN 50600-4-2 (§ 3 nr. 15). Een waarde van 1,2 betekent: voor elke kilowattuur in de servers mag hoogstens 0,2 kilowattuur naar koeling, stroomverdeling en hulpsystemen gaan.

  • In bedrijf vóór 1 juli 2026: vanaf 1 juli 2027 hoogstens 1,5, vanaf 1 juli 2030 hoogstens 1,3, telkens als jaargemiddelde en blijvend (§ 11 lid 1).
  • In bedrijf vanaf 1 juli 2026: hoogstens 1,2, uiterlijk twee jaar na ingebruikname als jaargemiddelde bereikt en blijvend gehandhaafd (§ 11 lid 2 zin 1 nr. 1 en zin 2).

De stroom voor installaties die uitsluitend dienen om de restwarmte op te waarderen, zoals warmtepompen voor een warmtenet, blijft bij de berekening buiten beschouwing (§ 11 lid 2 zin 3). Wie restwarmte benut, verslechtert zijn kengetal niet.

Hoeveel restwarmte moet een nieuw datacenter benutten?

Minstens 10 procent hergebruikte energie bij ingebruikname vanaf 1 juli 2026, 15 procent vanaf 1 juli 2027 en 20 procent vanaf 1 juli 2028 (§ 11 lid 2 zin 1 nr. 2 EnEfG).

Het aandeel wordt gemeten volgens DIN EN 50600-4-6, internationaal de Energy Reuse Factor, en ook dat moet uiterlijk twee jaar na ingebruikname als jaargemiddelde blijvend zijn bereikt (§ 11 lid 2 zin 2). Voor datacenters die vóór 1 juli 2026 in bedrijf zijn gegaan, noemt § 11 geen quotum; voor hen geldt de algemene plicht uit § 16 om restwarmte te vermijden en te benutten voor zover mogelijk en redelijk (§ 11 lid 4).

De wet weet dat een datacenter zijn warmte niet alleen kwijtraakt. § 11 lid 3 noemt drie gevallen waarin het quotum niet van toepassing is:

  1. Het aandeel daalt na ingebruikname door gebeurtenissen die de exploitant niet zijn toe te rekenen (nr. 1).
  2. Een nabijgelegen gemeente of warmtenetbeheerder verklaart in een overeenkomst met de exploitant de concrete intentie een warmtenet aan te leggen of toe te staan, zodat het quotum binnen tien jaar kan worden gehaald. De overeenkomst moet een investeringsplan, de kosten van de aansluitleiding en de prijs van de restwarmte regelen (nr. 2).
  3. Een warmtenetbeheerder in de omgeving accepteert een aanbod om de warmte tegen kostprijs af te nemen niet binnen zes maanden, hoewel de exploitant de infrastructuur, in het bijzonder een warmteoverdrachtstation, gereed houdt (nr. 3).

Het tweede geval telt voor nieuwe locaties: een overeenkomst over een warmtenet dat nog moet ontstaan, voldoet aan de wet. Dat vereist dat beide partijen in de locatiefase met elkaar praten, niet pas na de bouwaanvraag.

Welke andere verplichtingen gelden voor datacenters?

Groene stroom, een energie- of milieumanagementsysteem, jaarlijkse gegevens voor een register en inzage in de restwarmte (§§ 11 tot 14 en 17 EnEfG).

  • Stroom uit hernieuwbare bronnen. Op balansbasis vanaf 1 januari 2024 voor 50 procent en vanaf 1 januari 2027 voor 100 procent (§ 11 lid 5).
  • Energie- of milieumanagementsysteem. In te richten vóór 1 juli 2025, met continue metingen en maatregelen voor voortdurende verbetering (§ 12 lid 1 en 2). Vanaf 1 januari 2026 moet het bij datacenters vanaf 1 megawatt niet-redundant aansluitvermogen gevalideerd of gecertificeerd zijn, bij datacenters van of voor publieke instellingen vanaf 300 kilowatt (§ 12 lid 3). Vrijgesteld is wie minstens 50 procent van zijn hergebruikte energie via een warmtenet afgeeft en gemiddeld over drie jaar hoogstens 7,5 gigawattuur eindenergie verbruikt (§ 12 lid 4).
  • Informatieplicht en register. Vóór 31 maart van elk jaar publiceren exploitanten gegevens over het voorgaande jaar volgens bijlage 3 en sturen die aan de Bondsregering (§ 13 lid 1): onder meer aansluitvermogens, totaal stroomverbruik, aandeel hernieuwbare energie, hoeveelheid en temperatuur van de afgegeven en de geleverde restwarmte, PUE en Energy Reuse Factor. De Bond bewaart de gegevens in het Energie-efficiëntieregister voor datacenters en draagt ze over aan een Europese databank (§ 14).
  • Platform voor restwarmte. Net als andere bedrijven geven datacenters warmtenetbeheerders op verzoek inzage in warmtehoeveelheid, vermogen, belastingprofiel en temperatuurniveau van hun restwarmte en melden zij die gegevens vóór 31 maart van elk jaar aan de Bundesstelle für Energieeffizienz, de federale dienst voor energie-efficiëntie (§ 17 lid 1 en 2).

Wat kan restwarmte uit datacenters voor een gemeente betekenen?

Een warmtebron die het hele jaar beschikbaar is, planbaar is en geen brandstof nodig heeft.

Een datacenter zet vrijwel al zijn stroom om in warmte, gelijkmatig, dag en nacht, zomer en winter. Voor een warmtenet is dat basislast.

De beperking is de temperatuur. Luchtgekoelde datacenters geven warmte af op een laag niveau, onder wat een klassiek stadsverwarmingsnet voert. Dan zijn warmtepompen nodig, waarvan de stroom niet meetelt voor de PUE, of een net dat voor lage temperaturen is ontworpen, zoals warmtenetten voor nieuwbouwwijken. Vloeistofgekoelde systemen, die voor dichte rekenlasten steeds vaker worden ingezet, leveren hogere temperaturen.

Afnemers zijn warmtenetten, woonwijken, openbare gebouwen, zwembaden, kassen en bedrijven met behoefte aan proceswarmte op laag temperatuurniveau. Waar een gemeente haar warmteplan opstelt, hoort een datacenter er als bron in. Volgens de Duitse Warmteplanningswet moeten warmteplannen vóór 30 juni 2026 gereed zijn voor gemeentegebieden met meer dan 100.000 inwoners en vóór 30 juni 2028 voor alle andere (§ 4 lid 2 WPG). Vallen locatiekeuze en warmteplanning samen, dan winnen beide partijen.

Wat betekent dit voor locatiekeuze en planning?

Warmteafnemers zijn een locatiecriterium, en het gesprek met de gemeente begint in de locatiefase.

De verplichtingen van de EnEfG zijn niet achteraf in te bouwen zonder duur te worden. Een PUE van 1,2 vereist koeling die daar van meet af aan op is ontworpen. Een aandeel hergebruikte energie van 10, 15 of 20 procent heeft een afnemer nodig die er bij ingebruikname of binnen de afgesproken termijn is. Beide worden beslist voordat de grond is gekocht.

Bright & Green ontwikkelt, bouwt en exploiteert datacenters en batterijopslag en komt van de energiekant. Restwarmte, netaansluiting en opwekking plannen wij als één systeem, en het gesprek met de gemeente voeren wij vroeg. Meer op de pagina's voor gemeenten en energie en net.

Let op: Dit artikel geeft de tekst van de EnEfG van 13 november 2023 weer zoals gepubliceerd op gesetze-im-internet.de. Het is geen juridisch advies. Raadpleeg vóór beslissingen de geldende versie.

Veelgestelde vragen

Geldt de Energie-efficiëntiewet ook voor bestaande datacenters?

Ja. Voor hen gelden de efficiëntiewaarden 1,5 vanaf 1 juli 2027 en 1,3 vanaf 1 juli 2030 (§ 11 lid 1 EnEfG), de plicht tot hernieuwbare stroom (§ 11 lid 5), het managementsysteem (§ 12) en de informatieplicht (§ 13). Een restwarmtequotum schrijft § 11 voor hen niet voor; § 16 eist dat restwarmte wordt benut voor zover mogelijk en redelijk.

Wat gebeurt er als er geen warmteafnemer is?

Dan geldt § 11 lid 3 EnEfG: een overeenkomst met gemeente of warmtenetbeheerder over een nog aan te leggen warmtenet, een aanbod tegen kostprijs dat zes maanden lang niet wordt geaccepteerd, of een daling buiten de schuld van de exploitant. De bewijslast ligt bij de exploitant.

Moet een datacenter zijn restwarmte gratis afstaan?

De wet schrijft geen prijs voor. § 11 lid 3 nr. 3 EnEfG spreekt van een aanbod tegen kostprijs, nr. 2 eist dat een overeenkomst met de gemeente de prijs regelt. De prijs is een zaak van onderhandeling.

Waar worden de registergegevens gepubliceerd?

Exploitanten publiceren hun gegevens volgens bijlage 3 zelf en sturen ze aan de Bond (§ 13 lid 1 EnEfG). De Bond bundelt ze in het Energie-efficiëntieregister voor datacenters en draagt ze over aan een Europese databank (§ 14).